Cradle to Cradle

Het cradle to cradle certificaat van Thomas Rau.

RAU is het eerste Nederlandse architectenbureau met een Cradle to Cradle certificering. De certificering wordt echter niet voor het hele bureau verstrekt, maar per medewerker. RAU heeft zes Cradle to Cradle gecertificeerde architecten in dienst. Zij hebben allemaal aan het certificeringstraining van Michael Braungart bij EPEA in Hamburg hebben deel genomen. Inmiddels past RAU bij steeds meer van zijn projecten de Cradle to Cradle principes toe. Een voorbeeld hiervan is het gemeentehuis Lochem.

Samen met andere gecertificeerde architecten bureau’s van het eerste uur heeft RAU een werkgroep voor de vertaling van de Cradle to Cradle principes naar de architectuur praktijk opgericht. Deze groep heeft een manifesto gepubliceerd. Op de site van de werkgroep zullen in de toekomst Cradle to Cradle referentie projecten worden gepubliceerd.

Op dit moment is het nog niet mogelijk om gebouwen volledig volgens de Cradle to Cradle principes te bouwen. Daarvoor ontbreekt het niet alleen aan de nodige ervaring met Cradle to Cradle in de bouwpraktijk, maar zijn er op dit moment ook niet genoeg gecertificeerde bouwmaterialen beschikbaar. Gelukkig worden steeds meer materialen en bouwproducten ontwikkeld die aan het C2C gedachte voldoen en doen architecten steeds meer ervaring met deze ontwerp methode op.

Cradle to Cradle gaat er vanuit dat een gebouw, net als een boom zijn benodigde voedsel en energie onttrekt aan de directe omgeving en daarbij een natuurlijk evenwicht tot stand brengt van lucht, water en organische stoffen. Elk materiaal moet zich in een oneindige kringloop van de biosfeer of de technosfeer bevinden. In de biologische kringloop zitten materialen die biologisch afbreekbaar zijn en geen giftige stoffen bevatten die het ecosysteem verstoren. In de technologische kringloop bevinden zich technisch hoogwaardige materialen die steeds weer opnieuw kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld door middel van een eenvoudig proces van demonteren (scheiden) en/of zuiveren.

Nu vormt het bouwafval nog een substantieel aandeel (ca. 30%) van de totale afvalberg. Idealiter bestaat in de methode van Cradle to Cradle helemaal geen bouwafval meer omdat alles terugkeert in de biologische of technische kringloop. Om dit doel te bereiken zullen zowel producenten van (bouw)producten als ook architecten en adviseurs buiten de bekende kaders moeten gaan denken. Nieuwe bouwproducten en toepassingen zijn nodig. Het gaat daarbij niet alleen om high-tech producten. Vaak is de oplossing juist in de eenvoud en zuiverheid van een product, materiaal, idee of concept te vinden.

Wat houdt deze ‘slimheid’ in?
Bouwstoffen moeten zodanig ontwikkeld zijn dat zij te allen tijde volledig hergebruikt kunnen worden. De zuiverheid van een product bevordert de herbruikbaarheid enorm: een bouwstof mag daarom liefst van maar één materiaal gemaakt zijn. Composieten zijn vaak niet of veel moeilijker te hergebruiken. De scheiding van composieten kost extra energie en er zijn (vaak) toxische stoffen bij nodig. Daarnaast mogen er in de bouwstof zelf geen toxische stoffen zitten en mogen ook tijdens de productie van bouwstoffen geen toxische stoffen worden gebruikt.

De ontwikkeling van zuivere, herbruikbare bouwstoffen alleen is natuurlijk niet genoeg. Architecten en bouwkundigen moeten gebouwen zodanig ontwerpen dat alle bouwstoffen makkelijk en zuiver gescheiden uit elkaar te halen zijn (‘design for disassembly’). Kantoormeubel fabrikant Steelcase past deze methode al enkele jaren bij zijn bureaustoelen en meubilair toe. Omdat architectuur veel complexer is dan bureaustoelen zal het nog enige tijd duren tot gebouwen volledig herbruikbaar zijn.

Om dit doel sneller te bereiken is een nauwe samenwerking tussen producenten en architecten nodig. Producenten moeten hun producten nog beter aan de behoeften van de bouwpraktijk aanpassen. Omgekeerd moeten architecten de beperkingen bij de ontwikkeling en productie van bouwmaterialen kennen. Daarnaast vraagt de Cradle to Cradle manier van bouwen om een andere omgang met kosten. Zuivere, niet-toxische en herbruikbare grondstoffen zijn soms duurder. Daar tegenover staat dat door de hogere kwaliteit de benodigde hoeveelheden teruggebracht of dat materialen op een efficiëntere manier verwerkt worden. Een dergelijke herinrichting van het productieproces kan zelfs tot kostenbesparingen leiden. Bovendien kunnen veel Cradle to Cradle materialen na afbraak van een gebouw in dezelfde kwaliteit opnieuw gebruikt worden voor een bouwproduct. Op dat moment zijn er dan minder of geen nieuwe grondstoffen voor de productie nodig.

We beschouwen gebouwen steeds meer als grondstofbanken, waarin waardevolle grondstoffen voor toekomstig hergebruik geparkeerd zijn – Thomas Rau.

RAU past de Cradle to Cradle principes niet gedachteloos toe. Zoals alle duurzaamheidslabels kent het Cradle to Cradle certificaat ook nadelen. Zeker zolang de keuze aan gecertificeerde producten nog klein is blijft de vraag of bepaald gecertificeerd materiaal echt de beste oplossing voor een specifieke vraag? Overwegen niet bijvoorbeeld andere voordelen van een niet gecertificeerd product? Of voldoet een product wellicht ook zonder certificering aan de principes? Aan de certificering van producten zijn niet te onderschatten kosten verbonden. Sommige leveranciers voldoen met hun producten misschien wel aan de eisen, maar hebben geen geld voor de certificering.

Bewuste omgang met de Cradle to Cradle principes staat daarom centraal in de ontwerppraktijk van RAU. De medewerkers van het bureau zoeken telkens weer naar de beste oplossing voor een specifiek probleem. Niettemin omarmt RAU de komst van Cradle to Cradle als een stap naar voren in een positieve ontwikkeling van de bouwwereld.

#

Welke gecertificeerde bouwstoffen zijn er op dit moment?
Alle (bouw) materialen op de markt kunnen worden getoetst aan de principes van Cradle to Cradle. In Europa wordt deze toetsing door EPEA uitgevoerd (buiten Europa is hier het bedrijf MBDC voor verantwoordelijk). Op dit moment voldoet maar een klein aantal producten aan de eisen voor certificering. Hier enkele voorbeelden voor gecertificeerde producten:

  • Holz100 is een bouwsysteem waarmee hele gebouwen (draagconstructie, wanden, plafonds) in C2C gebouwd kunnen worden
  • Accoya is veredeld zachthout met de bouwkundige eigenschappen van tropisch hardhout
  • Rheinzink biedt dak- en gevelsystemen met een C2C certificaat
  • Desso levert Cradle to Cradle tapijttegels
  • Steelcase biedt gecertificeerde bureaustoelen en meubilair aan
  • groot formaat tegels voor een geventileerde geveltoepassing van Mosa
  • Climatex is biologisch afbreekbaar textiel van Rohner Textil
  • Eco Intelligent Polyester van Victor, bevat geen antimoon, chloor of andere toxische stoffen en kan volledig gerecycled worden
  • Van Houtum Papier biedt inmiddels zelfs C2C toiletpapier aan.
Share