
Het 2 jaar jonge RAU zal in intensief gesprek met alle betrokkenen een stadshuis van 9.000 m2 ontwerpen in het bestuurlijk hart van historisch Zutphen. Lente 2000 is het geopend. Zonder een enkel bezwaarschrift.
Geliefd Zutphen aan de IJssel. Waar al sinds de 11e eeuw de straten en grachten zich als cirkels en spaken groeperen rond het ’s Gravenhof. Waar al even lang het stadsbestuur zetelt aan de voet van de machtige gotische St. Walburgiskerk.

Midden tussen de pylonen verrijst 9 m. hoog ‘Respiro – ik adem’ door Gera van der Leun en Rocco Marotta. Glas en staal omhullen een houten schoep die in beweging wordt gezet door de van boven aangevoerde frisse lucht. Het neersijpelende water bevochtigt en koelt de lucht die hiervandaan naar de kantoren stroomt. Zo wordt het ritmisch ‘ademen’ van het gebouw zichtbaar gemaakt in de opstaande illusie van een DNA-helix.
Op de rand van de 21e eeuw huist het stadsbestuur in een aantal beschermde, monumentale, maar verouderde panden. Veel te krap bemeten, verwaarloosd en ongeschikt voor het gewenste open contact met de burger. Een langslepende impasse: de benodigde 9000 m2 leken in het gekoesterde stadshart niet realiseerbaar. RAU kwam niet met een maquette – maar met ‘architectuur als gesprek’.
Geeft de vorm weer direct uiting aan de middeleeuwse stedenbouwkundige structuur, in de verschijning is het nieuwe stadhuis tussen Lange Hofstraat en Gravinnenhofsteeg een uiterst modern bestuurlijk centrum. Waarin het verleden respectvol is opgenomen om in de toekomst ‘nieuw’ te functioneren. Helder, licht, en toegankelijk maar ook efficiënt en energiezuinig. En met een wel heel eigen gezicht.

De middeleeuwse stad: opgebouwd als een stelsel van cirkelende grachten gekruist door de spaken van smalle straatjes. Alleen gericht op de markt en de centrale kerk.
De boog van de verdwenen Hofgracht en de radiaal van een doorgang vormen de kruisvorm vanwaaruit het stadshuis is ontworpen. Op de drie korte uiteinden een toegang voor en tot de wereld, voor bestuurders, ambtenaren en goederen. De burgers komen vanuit het oude stadshart.
Op de fundamenten van de oude stad rijzen de wanden drie verdiepingen hoog, in vorm en ritme aansluitend bij de oude gevels. Een glazen dak overspant de binnenruimte waarop de terugwijkende en vanaf de straat onzichtbare vierde bovengrondse bouwlaag met de bestuursruimten in kruisvorm neerdaalt. Een kruis steunend op vier pylonen die zich uitstrekken naar de toegangen, zo de zachte grond van de gracht overspannend.

Uitzichtbiedende ‘ja’ ramen volgen in horizonale én verticale richting de zachte golfbeweging van het gevelvlak. Precies zoals de waarneming de gevel ervaart. Terwijl de als erkers uit de gevel springende ‘nee’ ramen een eigen koers kiezen. Zij geven in de kamers een van boven invallend indirect werklicht. Met hun wisselende diepte vormen ze een virtueel gevelbeeld dat slechts via een wilsinspanning uit de waarneming begrepen kan worden.
De nieuw gevormde wanden golven in wit stuc tussen de oude monumenten. Een echo van de lichte gevels aan de IJsselkade en de stucwerkdetails elders in de stad. Als door de tijd gepatineerde kerkdaken worden de drie zij-ingangen door horizontaal gewelfd groen koper gemarkeerd. De hoofdingang laat deze drie betrouwbare schilden – ambtenaren, bestuur, goederen – terugkomen, om onder die dekking de burger te verwelkomen.
Een monument aan de opnieuw gevormde Gravinnenhofsteeg bleek eigenlijk te bestaan uit een in de 19e eeuw opgetrokken losse voor- en achtergevel, hangend boven de losse modder van de oude Hofgracht. Met deze bouwstenen konden de andere panden aan de Lange Hofstraat hersteld worden zodat ze nu als moderne kantoorruimten voldoen. Door het glasdak van de centrale hal worden de achtergevels in het volle licht gezet.

Tags: city hall, gemeentehuis, stadshuis, Zutphen
