RAU en het gebruik van social media

Het kantoor van De Woonplaats in Enschede was vorige week een van de ‘featured projects’ op website Architizer. Architizer is een recentelijk gelanceerde website, en wordt gepromoot als het ‘Facebook voor Architecten’. Het geeft (individuele) architecten, opdrachtgevers, critici en fans internationaal een mogelijkheid om informatie te delen, hun mening te geven, onderling te linken, maar vooral ook hun eigen werk te publiceren. Naast Architizer zijn we natuurlijk te vinden op Nederlandse architecten-sites waar we een buro-profiel kunnen bijhouden: Architectenweb en Archined.

Een profiel-site als Architizer is niet nieuw, maar focust zich op het ‘netwerken’ van architecten, en dat is wel nieuw. Architizer biedt een aanvulling op bestaande internationale architectuur-sites, die zich bijvoorbeeld op portfolio’s richten (world-architects, World Architecture ORG); op nieuws (WAN, ArchNewsNow); discussie fora (Archinect); en de blogs die vooral voor de kwantiteit van content gaan (ArchDaily, +MOOD). Stuk voor stuk websites met inhoud welke direct van de lezer vandaan komt, (bijna) zonder tussenkomst van een editor.

Dergelijke ‘nieuwe media’ zijn voor ons een gratis en vooral eenvoudige manier om onze werkzaamheden bij een groter publiek in beeld te brengen. Het biedt de mogelijkheid meer content te verspreiden, op plaatsen waar het publiek op eigen gelegenheid gaat kijken. Dit in tegenstelling tot de (oude) communicatie middelen, waarbij we actief nieuwsbrieven rondstuurden naar onze relaties.
De kracht van deze nieuwe media zit echter niet in de grote getallen, maar in de nieuwe manier van niche marketing waar ze op inspelen. Een goed voorbeeld hiervan is MIMOA; een ‘user generated’ architectuur gids. Een succesvol Nederlands initiatief voor en door architecten (en niet toevallig opgenomen in deze blogpost). De bestemming voor een weekendje weg wordt bepaald door de dichtheid van projecten op de MIMOA-kaart, en het is een handige database voor het opzoeken van referenties op functie: een tiental voorbeelden van kinderdagverblijven is zo gevonden. Studenten, potentiële klanten en algemeen architectuur geïnteresseerden kunnen we via deze site gemakkelijk verwijzen naar de locaties van onze eigen projecten.

Bovendien: er wordt nogal wat ‘content’ geproduceerd op architecten bureaus, waar anders niets mee zou gebeuren. Materiaal dat vaak niet uit het (digitale) mapje op de ‘wisselschijf’ komt, kleine activiteiten die de tijd en moeite niet waard zijn een om een heel nieuwsbericht (met ‘echte’ zinnen) voor te gaan typen. Al deze filmpjes, bouwfotos, interviews, publicaties en ‘klein nieuws’ kunnen we ook nog kwijt op sites als twitter, linkedin, youtube, flickr, …

Je zou kunnen denken: “tijdrovende bezigheid die nieuwe media”. Niets is minder waar: in de zelfde tijd dat het kost om een goed opbouwend, interessant persbericht te schrijven (met echte nieuwswaarde en dito afbeeldingen), hebben we een veelvoud van content op het net gezet. Met een potentieel grotere hoeveelheid lezers dan ons relatie-bestand bevat. Groot voordeel is dus de mogelijkheid ons ‘merk’ en ons werk buiten de eigen kanalen te promoten, op zoek naar de klant/architectuur liefhebber/vakgenoot/pers. Als tussen al die content dan wat interessants zit, kan de schrijvende pers vaak een beter bericht publiceren dan wij zelf.

Eigenlijk is dit allemaal niet nieuw meer, en lopen wij met onze activiteiten al weer ver achter op de huidige ontwikkelingen. Feit is wel, dat binnen de architectuurbranche het actief gebruiken van social media voor PR nog niet volledig is doorgedrongen, laat staan dat architectenbureaus online marketing commercieel inzetten voor hun bedrijfsvoering. Wellicht door angst voor het onbekende, in elk geval ongegrond want het gebruik van sociale netwerken kan op veel gebieden voordeel opleveren, mits je er een beetje ontspannen mee om gaat. Bijvoorbeeld, het risico van twitterende medewerkers voor mogelijke reputatieschade is redelijk beperkt. Met enkele afspraken over output, en een bewust gebruik, kan iedereen de RAU-twitter-feed op.

Ander voorbeeld: nu ruim een jaar geleden hebben we onze nog jonge, maar enigszins statische, en vooral lastig te onderhouden website opgegeven voor een nieuw weblog. Toen nog een groot experiment en implementatie ging niet zonder interne discussie en enige scepsis. Want wie sociale media inzet kan ook openlijk kritiek verwachten. De mogelijkheid dat klanten, omwonenden, gebruikers (al dan niet anoniem) hun meningen achterlaten via comments op ‘onze website’, was even wennen. Maar nu zouden we niet anders meer willen. We halen die meningen liever binnen, zodat we er op in kunnen gaan, en open reageren en leren. Daarbij: er komt ook veel positieve feedback, en geen betere reclame dan een tevreden klant. Het blog biedt de mogelijkheid voor alle collega’s om een stukje toe te voegen, en vergroot de betrokkenheid bij wat er rond en op het kantoor gebeurd. Het levert tijdsbesparing op, en met open source software hebben we geen grote kosten aan custom programmatuur die na 3 jaar al verouderd is. Resultaat is een actieve site die met 12.000 hits per maand ruim beter wordt bekeken dan de originele website.

Share

1 reactie op “ RAU en het gebruik van social media ”

  1. Radboud Fransen zegt:

    Goed artikel en een leuke testimonial voor het succes van sociale media in online communicatie.
    Het artikel bevat nuttige informatie voor mijn afstudeeronderzoek naar de online communicatie van een specialistische onderneming. In dat onderzoek ben ik ook een aantal ‘angsten’ voor de effecten van sociale media tegen gekomen. Vooral het idee dat sociale media per definitie meer tijd kost dan ‘traditionele’ media is goed ontkracht in het stuk.
    Erg leuk te lezen dat het voor jullie zo’n succes is.

Reageer op dit bericht