
Gemeentehuis Schouwen-Duiveland, het gemeenschappelijke huis voor voormaals 18 kleine gemeentes.
Na 50 jaar vol stormachtige veranderingen heeft Schouwen-Duiveland nieuwe wortels: één gemeentehuis dat in de komende jaren hopelijk de hele gemeenschap tot bloei kan brengen. Snel en binnen budget tot stand gekomen.
1 februari 1953: In één fatale nacht is Schouwen-Duiveland zo goed als geheel tot zee geworden. Daarna zal niets meer hetzelfde zijn. Het landschap wordt herverkaveld: op doelmatigheid. De Deltawerken veranderen de totale infrastructuur. Eens een eiland van middeleeuwse zeehavens, nu ontsloten door ingedamde zeearmen.

Het gemeentehuis staat is gebouwd in een gebied dat door de watersnood ramp diepgaand is verandert.
18 kleine gemeentes worden in een steeds sterker proces van centralisatie eerst samengevoegd tot 6 en dan in 1997 tot 1. Een nieuwe geschiedenis moet dringend ook uiterlijk vorm krijgen. Unaniem kiest men voor één gemeenschappelijk gemeentehuis in het hart tussen Schouwen en Duiveland, zichtbaar vanaf de Zeelandbrug.
Een sinds 1673 dichtgeslibd driehoekig spui, net buiten de oude wallen van Zierikzee, vormt de historische bodem waarop het bestuurlijk ontmoetingspunt vrucht moet gaan dragen. Een ‘planten’ zeker niet zonder tegenwind. Toch zijn de organisatorische en budgettaire doelstellingen gehaald. En straalt het alom geloofde gebouw nu bovenal de gewenste toegankelijkheid uit.
Ooit gebruikt om de haven en stadsgracht vrij te spoelen, is het Spui nu volledig dichtgeslibd. Zoals na de Deltawerken ook de vaargeulen in de Oosterschelde dischtslibben. Langzaam aangroeiend land, verrijzend boven het water.
De driehoekige vorm van het spui is vijf keer tot volume geworden. Steeds een stap hoger en vervolgens als wenteltrap in elkaar geschoven. Een alzijdige ‘haven’ die de overgang vormt van het lage land naar de hoge stad.
In de kelder het rechtstreeks toegankelijk archief. Op de begane grond en alle bovenliggende verdiepingen zijn de uitgebolde driehoekige grondvormen in de plattegrond goed herkenbaar. De kantoren volgen de buitenranden, telkens rond een trappenhuis of een lichtbrengende vide. Op de begane grond komen alle windrichtingen samen: daar staat de burger centraal, terwijl naar boven toe alle ambtelijke diensten zichtbaar voor hem werken.

De driehoekige, spiraalvormig oplopende gebouwdelen bieden maximaal aanzicht van alle kanten.
Op hun verkleinde voeten leunen de driehoekige gebouwdelen naar alle kanten tegen de wisselende winden, het alzijdig karakter versterkend. Vanaf het archief in het slib rijzen de volumes spiraalsgewijs steeds een verdieping hoger. Het hoogste richt zich naar de oude stad, aansluitend bij de toren. Zo is er van alle kanten maximaal aanzicht, vanuit de stad ook maximaal doorzicht, en tegelijk een heel compact en economisch gebouw.

De daken zijn begroeid met mos-sedum, de duurzame titanium gevels gaan 100 jaar mee.
Zoals in de haven alle bassins gevuld zijn met water, zijn in deze omgekeerde haven de daken alle begroeid met een warmtewerende mos-sedumlaag. Door rechte ramen van onbehandeld western red cedar te plaatsen in hellende wandvlakken ontstaat zelfbeschaduwing. Op een baksteenplint rusten de gevels bedekt met het uiterst duurzame titanium. Het spiegelt subtiel land en luchten en is bestand tegen corrosie door de zilte zeewind.

De tapijt is geïnspireerd door de schuimkoppen en de turbulentie van de zee.
Een groot kunstwerk: Marcel Kronenburg ontwierp 9.000 m2 tapijt geïnspireerd op de schuimkoppen en turbulentie van de zee. Van grijs wervelend naar blauwgroen, paars en rood sijpelt het onder alle muren door. Het patroon, opgebouwd uit grote tapijttegels van 1 bij 2 meter met elk miljoenen kleurstippen, trekt zich niets aan van de gebouwde wereld maar golft door het gebouw zoals de zee dat eens deed.
Zoals het gebouw langzaam draaiend omhoog komt uit het land, creëerde Jos van de Lindeloof in de tuin de omgekeerde beweging. Steeds dieper liggende vijvers afgeschermd door gebogen dijken vormen plateau’s die stapsgewijs het regenwater terugleiden naar de nog lager gelegen gracht. Daartussen gras met weidebloemen. Het parkeerterrein ligt als een smalle strook verdiept aan de stadswal, achter een eigen wal van schanskorven.

Door de ruime lichthoven komt in alle gebouwdelen veel daglicht binnen.
De locatie van het gebouw:
