
Het UMC terrein Groningen: tussen een neo-klassiek monument en jaren ‘60 hoogbouw, pal naast een introvert ontwerp van UN Studio, spant zich het gebouw voor bewegingswetenschappen. Enerzijds reikend naar het nieuw te vormen universiteitsplein, anderzijds de stad begroetend met open vizier. Het UMC Groningen ligt op de rand van de oude grachtengordel. Daarmee zijn de uitbreidingsmogelijkheden beperkt tot een efficiënter gebruik van het huidige oppervlak. Verder heeft alle nieuwbouw heel direct te maken met het al bestaande en met het aanzicht van de binnenstad. Orthopedie en bewegingswetenschappen vroegen een beeldbepalend onderkomen voor hun practica en medewerkerskamers, een enorme collegezaal (450 studenten), en niet te vergeten plaats voor 1300 fietsen. Dit alles binnen de grenzen van een aan drie zijden ingeklemde kavel.

De fietsen verdwenen geheel, de collegezaal ging gedeeltelijk ondergronds. Twee aangrenzende panden werden in het ontwerp geïntegreerd als zijwand. En daartussen ontwikkelen zich in een vloeiende beweging de drie verdiepingen voor onderwijs en onderzoek. Een skelet omhuld door een gouden huid, in vorm gehouden door een met scheepvaarttechnieken ontwikkelde staalconstructie.

Als kern verrijst het betonskelet. Een doelgerichte zelfdragende constructie van vloeren en zuilen. Hieraan verbinden zich de stalen spieren. Daarover spant de glanzende gouden huid die zich rond het gebouw beweegt.
De golvende omhulling wendt en keert zich. Begint als entreewand, buigt zich tot overkappend plafond, wordt weer wand, keert zich tot dak en buigt zich weer tot wand. Een opvallend open gezicht tonend naar de stad.

Door een glazen draaideur betreden we een groot donkergrijs betegeld atrium waar de zijwanden deels gevormd worden door de buitenwanden van de bestaande bebouwing. Rechtdoor een kunstzinnige betonwand als hoogste punt van een immense, verzonken collegezaal (450 plaatsen). Vanuit het atrium voert een stalen, donker betegelde trap met glazen leuning naar de drie etages, die aan alle instituutsruimten van orthopedie onderdak bieden. Op de bovenste verdieping snijdt een glazen dak de huid open. Brengt licht tot in het hart van het atrium en vormt een patio.
De in beweging gestolde aluminiumhuid van het gebouw vereiste een bijzondere draagconstructie. Dergelijke buigingen in meerdere richtingen komen vaker voor in de vliegtuig- en scheepsbouw. RAU ging dan ook te rade bij een scheepsbouwer. Deze bijzondere constructie kon echter lichter worden uitgevoerd dan voor schepen noodzakelijk. Een deel van de schil is ook van binnen goed te zien, waar buiten- en binnenwanden samenvallen in het gevouwen metaal.

De buitenwand van de collegezaal werd in nauwe samenwerking, en vanaf het prille begin van het bouwproces, met Baukje Trenning uitgevoerd als kunstwerk. Chromosoomtechnologie gevisualiseerd in reliëfs. De collegezaal daalt af naar een enorme witte projectiewand. Vloer en stoelen lopen in elkaar over en zijn allemaal rood gespoten. Een afwerking overgenomen uit de auto-industrie en een herhaling van het thema van de ‘huid’behandeling.

locatie:
Tags: old and new, oud en nieuw

